1. Bekendmakingen Nieuwvennep
  2. STAATSCOURANTHaarlemmermeer – verkeersbesluit –Nieuw-Vennep,Oosterdreef, Westerdreef en Zuiderdreef

Haarlemmermeer | Verkeer | Weg

De volgende vergunning is bekend gemaakt in Nieuw-Vennep. Zelf een vergunning aanvragen? Neem dan contact op met de gemeente waaronder Nieuw-Vennep valt. Deze wordt dan ook bij ons bekendgemaakt. 

STAATSCOURANTHaarlemmermeer - verkeersbesluit –Nieuw-Vennep,Oosterdreef, Westerdreef en Zuiderdreef

N ummer 201 4 / 076052 1. Overwegingen Aanleiding In Nieuw-Vennep vindt asfaltonderhoud plaats op de Dreven, ten zuiden van de Venneperweg. Het gaat om het zuidelijk deel van de Westerdreef, de Zuiderdreef en het zuidelijk deel van de Oosterdreef. Deze wegen worden vernieuwd vanuit de Vernieuwing Openbare Ruimte (VOR). Deze vernieuwing wordt ook gebruikt voor de invoering van een aantal maatregelen die de verkeersveiligheid verbeteren. Deze wegen zijn in het Categoriseringsplan 2011 opgenomen als gebiedsontsluitingswegen van 50 km/h (binnen de bebouwde kom). Tevens wordt de verbindingsweg aangelegd tussen de Zuiderdreef en de Spoorlaan. Deze verbindingsweg is een onderdeel van het Verkeersstructuurplan Nieuw-Vennep en het Deltaplan Bereikbaarheid. De algemene strategie in het verkeersstructuurplan is dat het verkeer zo snel mogelijk naar de buitenkanten van de kern moet worden geleid. In het verkeersstructuurplan is het doortrekken van de Zuiderdreef naar de Spoorlaan een onlosmakelijk onderdeel van de aanleg van de Spoorlaan Zuid, om zodoende het gebruik van de Spoorlaan Zuid te stimuleren en de Oosterdreef en de Hoofdweg Oostzijde te ontlasten. Daardoor ontstaat een robuuste ontsluitingsstructuur voor de oostkant van Nieuw-Vennep. Inmiddels is duidelijk dat deze verbinding naast het complementeren van de ontsluitingsstructuur nog een ander voordeel kent: hij ontlast het zwaar belaste kruispunt Hoofdweg/Zuiderdreef een beetje. En het verkeer vanuit de Nachtschadestraat en omgeving kan van deze nieuwe verbinding gebruik maken om de N207 te bereiken. Deze verbindingsweg, eveneens Zuiderdreef geheten, is een gebiedsontsluitingweg van 50 km/h binnen de bebouwde kom, maar is nog niet als zodanig aangewezen in het Categoriseringsplan. Maatregelen en motivatie De volgende maatregelen worden getroffen: Dreven: • Het instellen van een inhaalverbod door het aanbrengen van dubbele doorgetrokken streep (artikel 76 van het RVV 1990) op de Westerdreef, ten zuiden van de Venneperweg, op de Zuiderdreef en op het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef, tussen de Zuiderdreef en de Spoorlaan. De rijstroken worden versmald tot drie meter. • Op de kruispunten van de Dreven met Eggestraat, Sportveldweg, Sikkelstraat, Dotterboelstraat, Nachtschadestraat en Kerkstraat worden markeringsvlakken aangebracht ter verbetering van de waarneembaarheid. • Een verbetering van de voetgangersoversteken bij de westelijke kruising Zuiderdreef- Kalslagerring door het versmallen van de rijbaan van de Zuiderdreef en het aanbrengen van een drietal voetgangersoversteekplaats (zoals bedoeld in art. 49.2 van het RVV 1990); • Het markeren van de oversteek voor langzaam verkeer op Kinlozen. • Het verbeteren van de voetgangersoversteekplaats bij de Dotterbloemstraat door het aanbrengen van een plateau bij de oversteekplaats. Bij de Oosterdreef wordt de asmarkering achterwege gelaten vooruitlopend op de afwaardering tot erftoegangsweg. Nieuw gedeelte van de Zuiderdreef: •Het instellen van een voorrangsregeling op het kruispunt Oosterdreef/Zuiderdreef /nieuw gedeelte van de Zuiderdreef, waarbij het verkeer op de Zuiderdreef en op het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef voorrang heeft (B6 RVV 1990 en haaientanden). Op het nieuwe deel van de Zuiderdreef wordt op dit punt een middengeleider aangebracht ten behoeve van de fietsoversteek. Deze regeling ten gunste van het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef is bedoeld om het verkeer zoveel mogelijk buiten het woongebied af te wikkelen • Het instellen van een voorrangsregeling op het kruispunt Spoorlaan/nieuw gedeelte van de Zuiderdreef (tussen de Zuiderdreef en de Spoorlaan), waarbij het verkeer op de Spoorlaan voorrang heeft (B4, B5 en B6 RVV 1990 en haaientanden). Deze regeling is ingesteld omdat de Spoorlaan een hogere graad in het verkeerssysteem heeft en omdat deze regeling aansluit bij het natuurlijke voorrangsgedrag. Op het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef en de Spoorlaan worden middengeleiders aangebracht ten behoeve van de herkenbaarheid van de kruising. • Het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef is niet toegankelijk voor voetgangers, fietsers, bromfietsers en landbouwvoertuigen omdat de aansluitende Spoorlaan ook deze geslotenverklaringen kent (C9 en C16 RVV) • Het fietspad dat het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef kruist op het kruispunt Oosterdreef/nieuw gedeelte Zuiderdreef/ bestaande gedeelte Zuiderdreef, wordt aangeduid als verplicht fietspad (G11 RVV 1990). Dit fietspad wordt ten opzichte van het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef uit de voorrang gehaald (B6 RVV 1990 en haaientanden). • Bij de middengeleiders in het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef en de Spoorlaan wordt door het plaatsen van een gele zuil met bord D2 RVV 1990 de rijrichting aangegeven. • Het completeren van de voorrangsregeling op de uitrit van het parkeerterrein ter hoogte van het kruispunt met de Dotterbloemstraat door het plaatsen van B6 RVV 1990 en haaientanden aan de kant van de rijbaan van de Zuiderdreef (het fietspad was al wel van een voorrangsregeling voorzien maar de rijbaan nog niet) zodanig dat de rijbaan van de Zuiderdreef in de voorrang staat. De maatregelen zijn ter verbetering van de verkeersveiligheid van de weggebruikers en bevorderen de juiste afwikkeling van het verkeer in het verkeerssysteem. 2. Verkeersbesluit Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Voor het instellen van een inhaalverbod, het aanduiden van een voetgangersoversteekplaats, het instellen van een voorrangsregeling, het instellen van een geslotenverklaring voor voetgangers, fietsers, bromfietsers en landbouwvoertuigen, het aanduiden van een fietspad en het aangeven van de rijrichting is een verkeersbesluit nodig. De aan te brengen bebording staat aangegeven op de bij dit besluit behorende tekening met het nummer 2014-100-029. 3. Voorbereiding Dit project is opgenomen in het uitvoeringsprogramma van het Deltaplan Bereikbaarheid, voor de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma zijn diverse participatie- en informatiemomenten georganiseerd. Afgelopen augustus zijn een kleine 1000 adressen in de Bloemenbuurt geïnformeerd over de huidige onderhoudswerkzaamheden op de Zuiderdreef en Oosterdreef. Vlak voordat wordt gestart met de voorbelasting ten behoeve van de aanleg van het nieuwe deel van de Zuiderdreef, ontvangen deze bewoners een nieuwe informatiebrief. Daarin zal een planning van de werkzaamheden zijn opgenomen. Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) dient overleg te worden gevoerd met de korpschef van de Nationale Politie. Dit heeft plaatsgevonden in de Werkgroep Verkeer, waarin de door de korpschef gemachtigde medewerker verkeersadvisering, alsmede de Brandweer en Connexxion, vertegenwoordigd zijn. Op 2 september 2014 is dit besluit behandeld in de werkgroep. De leden van de Werkgroep gaan akkoord met de voorgestelde maatregelen. Aangezien de politie tijdens deze vergadering niet aanwezig was, is dit besluit separaat met de politie afgestemd en door de medewerker verkeersadvisering van de politie akkoord bevonden. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist zorgvuldigheid en belangenafweging bij de totstandkoming van besluiten, waaronder verkeersbesluiten. Artikel 3:2 van de Awb schrijft voor dat het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. Naast de belangenafweging bepaalt artikel 3:4 van de Awb dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Om de rechtstreeks bij het verkeersbesluit betrokken belangen goed af te kunnen wegen verdient het de aanbeveling om, vooral in complexe en omstreden situaties, een voorbereidingsprocedure te volgen. Aangezien het geen complexe situatie betreft, de uitvoering van het project voortvloeit ut vastgesteld beleid en uitgebreid is gecommuniceerd en geparticipeerd met belanghebbenden, wordt hiervan afgezien. Het besluit wordt gepubliceerd in de Digitale Staatscourant. Belanghebbenden kunnen zes weken na de publicatiedatum bezwaar maken tegen het besluit. 4. Motivering Wegenverkeerswet 1994 en belangenafweging Motivering Wegenverkeerswet Artikel 21 van het BABW bevat voorschriften omtrent de motivering van verkeersbesluiten. Het verkeersbesluit moet in ieder geval weergeven welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij moet worden aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het besluit. Indien tevens andere van die belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen. De maatregelen dienen tot de volgende in artikel 2 van de Wegenverkeerswet genoemde doelen: 1. In eerste instantie: a. het verzekeren van de veiligheid op de weg; b. het beschermen van weggebruikers en passagiers; c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer. 2. In tweede instantie ook voor: a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer; b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. Burgemeester en wethouders stellen vast dat de maatregelen nodig zijn in verband de verkeersveiligheid (lid 1a), het beschermen van weggebruikers en passagiers (lid 1b), het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan (lid 1c) en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer (lid 1d). Door de maatregelen wordt van de belangen genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 er een geschaad, namelijk de vrijheid van het verkeer. De maatregelen beperken de vrijheid van het verkeer, maar deze beperking is in de meeste gevallen slechts gering. Bij het inhaalverbod en de geslotenverklaring voor (brom)fietsers en landbouwverkeer van de Verbindingsweg zijn zij wat meer uitgesproken. Het inhaalverbod is noodzakelijk in verband met de vele aansluitingen en oversteken op de desbetreffende wegen. De geslotenverklaring voor landbouwverkeer en (brom)fietsers van de Verbindingsweg is noodzakelijk omdat de Spoorlaan voor deze verkeersoorten ook is gesloten. Deze geslotenverklaring dient het belang van de verkeersveiligheid. De overige belangen, met name de veiligheid van het verkeer, worden zwaarder gewogen. Belangenafweging (Doorgaand) gemotoriseerd verkeer Deze categorie weggebruikers ondervindt geen of beperkte hinder van de verkeersmaatregelen. Openbaar vervoer Deze categorie weggebruikers ondervindt geen of beperkte hinder van de verkeersmaatregelen. Nood- en hulpdiensten Deze categorie weggebruikers ondervindt geen of beperkte hinder van de verkeersmaatregelen. Bewoners De maatregelen zijn in het belang van bewoners, vanwege de verbetering van de verkeersveiligheid van en de leefbaarheid voor aanwonenden. (Brom) fietsers De geslotenverklaring van het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef schaadt de belangen van fietsers en bromfietsers. Ten opzichte van de bestaande routes is de geslotenverklaring voor deze weggebruikers echter geen achteruitgang. Fietsers kunnen het bedrijventerrein verbonden aan de Spoorlaan bereiken via het fietspad door het park ten zuiden van de Zuiderdreef en via de Hoofdweg Oostzijde. Bromfietsers kunnen dit bedrijventerrein bereiken via de Hoofdweg Oostzijde. Het is in het belang van de verkeersveiligheid niet wenselijk dat deze weggebruikers op de Spoorlaan terecht komen. Landbouwverkeer De geslotenverklaring van het nieuwe gedeelte van de Zuiderdreef voor landbouwverkeer schaadt de belangen van deze categorie weggebruikers. Voor het landbouwverkeer vormen de Zuiderdreef en de Spoorlaan geen logische route. De vervolgroutes voor het landbouwverkeer zijn de Hoofdweg en de Venneperweg. V oetgangers De VOP’s ter hoogte van de kruising Zuiderdreef Kalslagerring verbeteren de oversteekbaarheid en verkeersveiligheid van voetgangers. Bedrijven De verkeersmaatregelen verslechteren de bereikbaarheid voor de bedrijven ten opzichte van de bestaande situatie niet. De aanleg van het nieuwe deel van de Zuiderdreef is wel een verbetering van de bereikbaarheid van het bedrijventerrein voor de verkeerssoorten die wel van de weg gebruik mogen maken. Algemeen belang De maatregelen verbeteren de verkeersveiligheid en de leefbaarheid. Dit is in het algemeen belang. De nadelen van de maatregelen zijn zeer beperkt. Afweging Alles afwegende zijn burgemeester en wethouders van mening dat de maatregelen in het algemeen belang zijn en bijzonder in die van bewoners en voetgangers en dat deze belangen zwaarder worden gewogen dan de nadelen. Voor de geslotenverklaring van het nieuwe deel van de Zuiderdreef voor landbouwvoertuigen, fietsers en bromfietsers bestaan voldoende alternatieven. 5. Bevoegdheid De hierboven genoemde wegen zijn in eigendom en beheer bij de gemeente Haarlemmermeer. Krachtens artikel 18, lid 1 onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 worden verkeersbesluiten genomen door het college van B&W. In het Mandaat-, machtigings- en volmachtbesluit Haarlemmermeer 2013 is voor het nemen en intrekken van verkeersbesluiten een ondermandaat verleend aan de teammanager Beheer Openbare Ruimt, of diens vervanger. Met ingang van 1 februari 2013, bij de herindeling van de cluster Beheer en Onderhoud, is dit ondermandaat overgegaan naar de teammanager Wegen, Water en Verkeer. De maatregelen vallen onder dit ondermandaat. 5. Besluiten I. Het instellen van een inhaalverbod door het aanbrengen van een dubbele doorgetrokken streep, zoals bedoeld in artikel 76 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, op de Westerdreef, ten zuiden van de Venneperweg, op de Zuiderdreef en op het nieuwe deel van de Zuiderdreef tussen de bestaande Zuiderdreef en de Spoorlaan in Nieuw-Vennep. II. Het aanbrengen van een drietal voetgangersoversteekplaatsen zoals bedoeld in art. 49.2 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, op de kruising Zuiderdreef/Kalslagerring in Nieuw-Vennep III. Het instellen van een voorrangregeling op het kruispunt Oosterdreef/nieuw gedelete Zuiderdreef /Zuiderdreef in Nieuw-Vennep door het plaatsen van borden conform model B6 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en haaientanden, zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990, waarbij het verkeer op de Zuiderdreef en op het nieuwe deel van de Zuiderdreef voorrang heeft. IV. Het aanwijzen van Zuiderdreef en het nieuwe deel van de Zuiderdreef in Nieuw-Vennep tot voorrangsweg en het beëindigen van de voorrang van het nieuwe deel van de Zuiderdreef voor het kruispunt met de Spoorlaan middels het plaatsen van de borden conform model B1 en B2 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens1990 ter hoogte van de kruispunten met de Oosterdreef en Spoorlaan V. Het instellen van een voorrangregeling op het kruispunt Spoorlaan/nieuwe gedeelte Zuiderdreef in Nieuw-Vennep door het plaatsen van borden conform model B4, B5 en B6 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en haaientanden, zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990, waarbij het verkeer op de Spoorlaan voorrang heeft. VI. Het instellen van een geslotenverklaring voor voetgangers, fietsers, bromfietsers en landbouwvoertuigen op het nieuwe deel van de Zuiderdreef tussen de Zuiderdreef en de Spoorlaan in Nieuw-Vennep door het plaatsen van borden conform model C9 en C16 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. VII. Het aanduiden van het fietspad dat het nieuwe deel van de Zuiderdreef op het kruispunt met de Oosterdreef in Nieuw-Vennep kruist, als verplicht fietspad door het plaatsen van borden conform model G11 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. VIII. Het instellen van een voorrangregeling op de kruising van het fietspad met het nieuwe deel van de Zuiderdreef in Nieuw-Vennep door het plaatsen van borden conform model B6 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en haaientanden, zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990, waarbij het verkeer op de Zuiderdreef voorrang heeft. IX. Het aanduiden van de rijrichting bij de middengeleiders op het nieuwe deel van de Zuiderdreef en de Spoorlaan in Nieuw-Vennep door het plaatsen van een gele zuil met borden conform model D2 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. X. Het completeren van de voorrangsregeling op de uitrit van het parkeerterrein ter hoogte van het kruispunt met de Dotterbloemstraat in Nieuw-Vennep door het plaatsen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 en het bord conform model B6 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 aan de kant van de rijbaan van de Zuiderdreef, zodanig dat het verkeer op de rijbaan van de Zuiderdreef voorrang heeft; XI. Dit besluit ter openbare kennis te brengen op 10 oktober 2014 Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer namens dezen, de gemeentesecretaris, voor deze, de Teammanager Wegen, Water en Verkeer M.Ardewijn Terinzagelegging Het besluit en de tekening waarop de maatregelen staan aangegeven, liggen gedurende zes weken vanaf de publicatiedatum, voor een ieder ter inzage op werkdagen van 9.00 tot 13.00 uur in het Informatiecentrum van het raadhuis, Raadhuisplein 1 in Hoofddorp. Bezwaar Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan iedereen wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, binnen zes weken na publicatie van dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer, het cluster Juridische Zaken van het team Ondersteuning, Postbus 250, 2130 AG Hoofddorp. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, p/a Arrondissementsrechtbank Haarlem, sector Bestuursrecht Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het bezwaarschrift is ingediend en onverwijlde spoed, gelet op het betrokken belang, dat vereist. Voor de behandeling van het verzoek wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Locatie: ZuiderdreefOosterdreefWesterdreef, Nieuw-VennepNieuw-VennepNieuw-VennepNieuw-Vennep

Deel dit artikel

Redactie Nieuw-VennepStart.nl

Meerdere bekendmakingen van Nieuw-Vennep inzien? Ga dan naar alle bekendmakingen in Nieuw-Vennep.

Meer Bekendmakingen